Bernards leven

Bernard van Dam werd op 21 april 1881 in Eerde bij Veghel geboren als zoon en 12e kind van bakker Bernardus Petrus van Dam en Antonia van Uden. Van de totaal 14 van hun kinderen zijn slechts 4 kinderen in leven gebleven; 10 kinderen sterven op (zeer) jeugdige leeftijd. Vader Van Dam baatte een winkel in koloniale waren en een café uit. Als kind van gegoede middenstanders werd de jonge Bernard naar een kostschool gezonden: het Internaat Saint Louis in Oudenbosch.

Bernardus Petrus van Dam

Bernardus Petrus van Dam

Antonia van Uden

Antonia van Uden

 
Internaat Saint Louis in Oudenbosch

Internaat Saint Louis in Oudenbosch

Bernard had aanleg voor musiceren, schrijven en tekenen. Daar kon hij volgens zijn vader echter nooit zijn beroep van maken, dus werd hij ingezet in het familiebedrijf en ging als molenaar aan de slag in de St. Antoniusmolen in Eerde. Dat hij liever creatief in de weer was dan dat hij het molenaarsvak beoefende, illustreert de quote uit een
krantenartikel over Bernard uit 1972.

Bernard (rechts) en zijn broer Gerrit (links) in de St. Antoniusmolen in Eerde

Bernard (rechts) en zijn broer Gerrit (links) in de St. Antoniusmolen in Eerde

“… Vaak kwam het dan voor dat zoonlief in de kop van de molen kroop om er te tekenen. Kwam er dan een boer met paard en wagen met koren dan riep hij van boven: “Er wordt vandaag niet gemalen!”, want de jonge kunstenaar wenste niet in zijn werk gestoord te worden.”

– Krantenartikel J. van Geffen uit 1972

 

Naast schrijver en tekenaar was Bernard een echte natuurliefhebber. Op 25 februari 1907 richtte hij de Bijenvereniging Sint Ambrosius Veghel-Erp op. Vanzelfsprekend verzorgde Bernard de illustraties in het bijenblad. 

 
 

 

Een oogje op de dochter van Driekske de smid

Bernard was de dertig al gepasseerd, toen hij een oogje kreeg op de enige dochter van de welgestelde weduwnaar Henricus van Hooff, beter bekend als Driekske de smid. Driekske moest echter niets van deze romance hebben en verbood het stel met elkaar om te gaan.

Driekske de smid vond het maar niks dat Bernard een oogje kreeg op zijn dochter.

Driekske de smid vond het maar niks dat Bernard een oogje kreeg op zijn dochter.

 

Het smoorverliefde jonge paar nam daar geen genoegen mee en reisde stiekem naar Engeland, waar ze op 1 mei 1913 in de St. Aloysiuskerk in Londen met elkaar in het huwelijk traden. Het briefje dat hij in Eerde achterliet deed in het hele dorp flink wat stof opwaaien:

 

“Beste Vader en Broer,


Hoogstwaarschijnlijk kom ik vanavond en vooreerst niet meer thuis. Ik ben met Dina meegegaan en daar we thuis geen kans zien om getrouwd te komen, hoewel dit onze liefste wensch is, zullen we probeeren dit elders te doen. We hopen in ieder geval getrouwd terug te komen. Ik zal U binnen een dag nog nader schrijven en zal dan voor een heel langen brief zorgen, waarin ik U alles zal uitleggen en onze verdere plannen zal bekend maken.

Ik hoop dat later alles Uwe goedkeuring zal verkrijgen. Maak U nergens ongerust over en trek U van de praatjes enz. die ongetwijfeld volgen zullen, niets aan.
 Dag Vader en Gerrit, mijne hartelijke groeten en tot spoedig weerziens.

Uw liefhebbende zoon Bernard”

 
Een zogeheten ‘Flipbook’ (23 fotootjes) van Bernard en zijn aanstaande vrouw Regina tijdens hun bezoek aan Londen om in het geheim te trouwen. Dit zijn - zover bekend - de enige bewegende beelden van Bernard van Dam.

Een zogeheten ‘Flipbook’ (23 fotootjes) van Bernard en zijn aanstaande vrouw Regina tijdens hun bezoek aan Londen om in het geheim te trouwen. Dit zijn - zover bekend - de enige bewegende beelden van Bernard van Dam.

De St. Aloysiuskerk in Londen waar het paar op 1 mei 1913 in het huwelijksbootje stapte.

De St. Aloysiuskerk in Londen waar het paar op 1 mei 1913 in het huwelijksbootje stapte.

 

Het echtpaar keerde terug in Eerde en confronteerde de familie met het voldongen feit van hun huwelijk. Ze kregen vervolgens in 1913, 1915, 1917 en 1920 in totaal vier kinderen, drie jongens en een meisje.

Bernard en broer Gerrit verkochten de molen in Eerde in 1923. Gerrit emigreerde met zijn gezin naar Wisconsin, U.S.A., en Bernard begon naast handel in graan en aanverwante zaken met zijn journalistieke werk. Inkomsten kwamen verder ook uit de verpachting van boerderijen en land.

 
 

 

Druk in de weer voor Jan en alleman

Bernard had veel humor, was ook muzikaal en bespeelde het orgel in de plaatselijke parochiekerk. Een voorbeeld hiervan was zijn handelwijze op zondag 17 september 1944: Pastoor Willenborg kondigde vanaf de preekstoel dat er "iets" zou gaan gebeuren. De bevrijders waren op dat moment niet ver weg. Naast de parochianen begreep Bernard maar al te goed wat de pastoor bedoelde: hij liet meteen de eerste noten van het Wilhelmus uit het kerkorgel klinken! Op 4 september 1944 schrijft hij aan zijn vriend Dolf van Leggelo:

 
bvd_terugtrekkende_duitsers_01.jpg
 

“…
Sinds zondagmorgen is het op de groote verkeerswegen, o.a. Eindhoven-Veghel, een dag en nacht aanhoudende stroom van voor den vijand vluchtende Duitschers; en er komen er steeds meer en in steeds dichtere drommen bij. Den aanblik van meerdere afdeelingen is bedroevend; alle denkbare vehikels passeren en deze zijn geladen met alle denkbare waren. Zelfs vee, schapen en ik heb er ééntje zien voorbijgaan met een troep soldaten die een ….geit in hun midden hadden.

Als toppunt van prestatie vond ik wel een vrachtauto vol manschappen, zelfs tot op de spatborden; achter die auto was gebonden een zoogenaamde hoogkar … eveneens vol manschappen terwijl de burry’s met planken belegd waren, waarop wéér manschappen. Denk je in, dat je zoiets door Haarlem ziet komen hotselen. Hierboven een ruw schetsje.
…”


– Bernard van Dam, 1944

 

Bernard was naast organist ook directeur van het zangkoor en voorzitter van de plaatselijke fanfare Echo der Bergen. Hij was voor de Eerdse gemeenschap ook op andere manieren een belangrijk persoon. Zo schreef hij brieven voor minder geletterde boeren en burgers. In veel gevallen en conflicten wierp hij zich op als raadsman en ombudsman avant la lettre. Hij voerde voor Jan en alleman opdrachten uit, zoals gedichten, tekeningen, liederen en sketches. Daar was hij behoorlijk druk mee. In juni 1947 beklaagde hij zich dan ook in een brief aan zijn boezemvriend Dolf van Leggelo:

 

“…Maar heusch, Dolf, ik word nu toch eindelijk beu van de manier waarop ik mezelf laat – ik mag wel zeggen misbruiken door Jan en alleman en bij nacht en ontij en ik heb nu dezer dagen dure eden gezworen, dat er een eind aan zal komen. Reken maar eens na: van 8 tot 14 mei de volledige tekst voor no. 5 van het maandblad voor onze militairen (dat werk heeft mijn liefde, omdat ik zelf het zoo broodnodig voor de jongens vind). Van 15 tot 20 mei 3 lange rijmen met humoristische schetsjes voor bruiloften, van 20 mei af tot 5 juni volledige tekst voor Programmaboekje van Pastoor + schetsjes, 6 juni begonnen aan tekst voor no. 6 maandblad; daartusschen in alle repetities voor Pastoorsfeest geleid bij dames-, jongens- en mannenkoor; voor Pastoor 30 menu’s handgetekend; voor zuster Majella 26 grote platen voor een ABC, op te voeren door kinderen, bij elkaar geflanst.

Toch krijg ik zoo nu en dan bevliegingen van dankbaarheid, omdat ik dit alles nog kàn doen zonder noemenswaardig ongemak. Maar ik heb te veel overdreven en ben maar veel te zwak om te weigeren wanneer de gemeenschap een beroep op me doet. Natuurlijk, ik heb tòch te eten en te drinken. Maar antwoordt eens: moet ik me nou laten afbeulen?...”

 

Bernard voldeed helemaal niet aan het prototype van de gezagsgetrouwe, bescheiden Brabander. Zonder schroom uitte hij zijn kritiek op plaatselijke en landelijke bestuurders. Voorbeelden hiervan zijn onder andere de spotprenten die hij maakte in “Aan den Ooiver in Battle-dress” en over de landelijke landbouwpolitiek. Ook de lokale kerkleiding moest het ontgelden; het proces dat hij tegen pastoor Schoenmakers aanspande toen hij als organist zijn achterstallige loonsverhoging (van jaren) niet kreeg uitbetaald, was indertijd ‘the talk of the town’.

Op 29 november 1958 overleed Bernard na ziekte in het Binnenziekenhuis te Eindhoven. Hij is kort daarvoor thuis nog bediend. Echter niet door de eerder genoemde pastoor Schoenmakers: geen sprake van! Uit Heeswijk moest een pater op de fiets naar Eerde komen om Bernard de laatste sacramenten toe te dienen.
 Op donderdag
4 december werd Bernard van Dam begraven op het kerkhof van de parochiekerk van de H. Antonius Abt te Eerde.